Venlo heeft een Living Lab voor toepassingen van biobased materialen in de bouw. Afgelopen week opende Healthy Building Movement de deuren, gevestigd bij Bouwcenter Driessen. Hier vinden bouwprofessionals, opdrachtgevers en organisaties concrete informatie en praktijkvoorbeelden over de mogelijke toepassingen van biobased materialen.
Wethouder Marij Pollux-Linssen van Venlo opende het centrum en benadrukte het belang van duurzaam bouwen. „Gezondheid is belangrijk voor Venlo. Dat geldt ook voor de gebouwen waarin we wonen, werken en leren. Biobased materialen kunnen daarbij helpen. Ze belasten het milieu minder en kunnen bijdragen aan een gezonder binnenklimaat. Door partijen rond dit thema samen te brengen, werken we aan gezonde gebouwen en aan economische kansen voor onze regio.”
Healthy Building Movement (HBM) is een EU-gefinancierd Interreg-project waarin negen organisaties uit Nederland en Duitsland samenwerken met als doel het stimuleren van gezond bouwen in de praktijk. De partners binnen dit Interreg-project zijn: Gemeente Venlo (leadpartner), Uniklinik RWTH Aachen, TU Eindhoven, Universiteit Maastricht, WFG Kreis Viersen, WFMG Mönchengladbach, Krefeld Business, ResScore GmbH en Bluehub. Daarnaast heeft Healthy Building Movement een groot netwerk ontwikkeld van ondernemers, instellingen en overheden die een impuls willen geven aan de bouwsector.
Ondernemers kopen meer batterijsystemen
Duurzaam en circulair bouwen wint terrein in de bouwwereld, en dat geldt ook voor het gebruik van batterijsystemen. Zo ziet De Duurzame Jongens uit Sittard een toenemend zakelijk gebruik van grote accu’s. Niet alleen om zonnestroom op te slaan, ook om netcongestie te omzeilen. Het bedrijf plaatst in hoog tempo batterijen bij ondernemers en groeide in een paar jaar van vier naar 35 medewerkers.
Volgens commercieel manager Wilco Mikic zijn veel oplossingen mogelijk met systemen met een opslagcapaciteit tussen de 20 en 250 kWh.
Bij bedrijven begint de opbrengst vaak bij het verhogen van het eigen verbruik. Zonnestroom die weinig oplevert bij teruglevering, kan tijdelijk worden opgeslagen. Later kan het bedrijf die stroom gebruiken binnen de eigen aansluiting. Daardoor hoeft minder elektriciteit te worden ingekocht wanneer tarieven oplopen. „Als je het goed inricht, ga je richting 70 procent eigen gebruik. Met slimme ingrepen zelfs richting 90 procent”, aldus Mikic.
Continuïteit is nog belangrijker. „Je vangt pieken op en slaat energie tijdelijk op. Daarmee voorkom je dat je stilvalt.”