Jaarlijks belanden er meer dan 80 miljoen plastic dataloggers bij het afval. Dat zijn sensoren die worden gebruikt bij gevoelige transporten van onder meer medicijnen en fruit. Changemaker Niels Postma van Tapp ontwikkelde een alternatief van papier – in eerste instantie zonder dat te weten.
Wie niet in de logistiek werkt, heeft er waarschijnlijk nog nooit van gehoord: dataloggers. Maar ze zijn van cruciaal belang voor het transport van medicijnen, vaccins en gekoeld voedsel. Die zijn immers zeer gevoelig voor veranderende temperaturen en luchtvochtigheid. Dataloggers registreren die gegevens gedurende de reis en zorgen er zo voor dat risico’s meteen worden opgemerkt.
Komt een lading bananen of medicijnen aan op locatie, dan wordt een datalogger uitgelezen en weggegooid. Dat zorgt jaarlijks voor tonnen aan e-waste. Want zo’n datalogger zit vol chips en batterijen.
Maar niet bij Tapp. De startup van Niels Postma en Fabian Hijlkema ontwikkelde ‘s werelds eerste papieren datalogger. Die wordt na gebruik ook weggegooid, maar dan bij het oud papier. Volledig recyclebaar, legt Postma uit.
Het transport van gevoelige producten is een wereld waar maar weinig mensen van weten. Hoe ken jij de datalogger überhaupt?
‘Via-via kwam ik na mijn studie in een drukkerij in Friesland te werken. Daar ging ik meer nadenken over papier. Het is de meest gerecyclede grondstof ter wereld, maar we gebruiken het alleen om een boodschap over te brengen. Verder kon het niets. Zo kwam ik op het idee om een soort interactieve laag toe te voegen aan papier, met een heel dunne chip erin, terwijl het nog steeds recyclebaar was.
Daarmee had ik een product ontwikkeld waarvan ik geen flauw idee had wat het precies was. Pas later werd me verteld dat ik een recyclebare datalogger had bedacht. En dat er nogal wat dataloggers gebruikt worden in de wereld. Dat was het begin van Tapp.’