In 2026 verandert er flink wat op het gebied van wetten en subsidies die relevant zijn voor de energietransitie en de CO2-uitstoot van bedrijven. Change Inc. maakte een overzicht van negen belangrijke wijzigingen: van de nieuwe Energiewet tot de fiscale bijtelling voor elektrische leaseauto’s.
Het nieuwe jaar brengt altijd flink wat veranderingen mee op fiscaal gebied en bij andere regelgeving. In 2026 geldt dat bij uitstek voor overheidswetten die van invloed zijn op de energietransitie en de CO2-emissies van bedrijven. Drie grote nieuwe wetten treden per 1 januari in werking, en daarnaast verandert er ook nog flink wat bij subsidieregelingen en de fiscale aftrekposten.
Dit zijn de belangrijkste veranderingen in 2026 op het gebied van duurzame regelgeving voor bedrijven.
Nieuwe wetten: energiewet, warmtewet en Europese grensheffing voor CO2
1. Energiewet
De nieuwe Energiewet vervangt afzonderlijke wetten voor elektriciteit en gas, rekening houdend met Europese richtlijnen voor de transitie naar hernieuwbare energie. De wet treedt per 1 januari 2026 in werking.
De nieuwe regelgeving biedt betere bescherming voor energieconsumenten, vooral huishoudens en kleine ondernemingen. Ze krijgen meer rechten bij energiecontracten, transparantere voorwaarden en betere bescherming bij facturering en leveranciersfaillissementen. Alle leveranciers moeten verplicht minimaal één vast jaarcontract aanbieden en vergunningseisen worden aangescherpt.
Om netcongestie aan te pakken biedt de wet ruimte voor oplossingen als vraagrespons, netcongestiemanagement en het delen van netaanslutingen. Nieuwe regels voor gegevensuitwisseling maken het eenvoudiger voor consumenten om hun energiedata in te zien of te delen met dienstverleners zoals prijsvergelijkers.
De Energiewet sluit beter aan bij het toekomstige energiesysteem met meer lokale duurzame productie, opslag en flexibiliteit. Particulieren en bedrijven krijgen nieuwe mogelijkheden om actief te worden op de energiemarkt, bijvoorbeeld via energiegemeenschappen die door leden geproduceerde elektriciteit kunnen verkopen en leveren. De wet wil daarmee flexibel netwerkgebruik en veilige gegevensuitwisseling bevorderen.
2. Wet collectieve warmte
Veel Nederlandse gebouwen en woningen gebruiken nog aardgas voor verwarming en warm water. Collectieve warmtesystemen bieden een duurzaam alternatief. Hiermee kunnen meerdere woningen tegelijk worden verwarmd via één centrale bron, zoals industriële restwarmte of geothermie. Voor ongeveer een derde van Nederlandse gebouwen is dit de maatschappelijk goedkoopste optie.
De overheid streeft naar 200.000 extra warmteaansluitingen voor bestaande woningen in 2030 en 2,6 miljoen in 2050. Aansluiten blijft vrijwillig: warmtebedrijven moeten vooraf duidelijke informatie over voorwaarden en prijzen verstrekken.
De Wet collectieve warmte vervangt vanaf 2026 de Warmtewet en regelt dat gemeenten bepalen waar collectieve warmte het beste past. Warmtebedrijven moeten voor meer dan de helft overheidseigendom zijn, waardoor gemeenten en provincies zeggenschap houden over het beleid.
De prijsstelling voor warmte verandert fundamenteel. In plaats van koppeling aan de gasprijs komt er een maximumtarief gebaseerd op werkelijke aanleg- en onderhoudskosten. Dit moet eerlijke prijzen voor klanten en rendement voor warmtebedrijven garanderen.
Voor de overstap zijn diverse subsidies beschikbaar voor bewoners, gebouweigenaren, woningcorporaties en warmtebedrijven, waaronder de ISDE-regeling voor isolatie en duurzame warmtetechnieken, SDE++ voor grootschalige energieprojecten en de Warmtenet Investeringssubsidie (WIS). Hiermee kunnen overstapkosten deels worden terugverdiend.
3. CBAM: Europese CO2-heffing voor importeurs
Per 1 januari voert de Europese Unie definitief een CO2-heffing in aan de buitengrenzen. Het CBAM-mechanisme (Carbon Border Adjustment Mechanism) verplicht importeurs om te betalen voor de CO2-uitstoot van bepaalde goederen. Hierdoor wordt ‘koolstoflekkage’ voorkomen: het verplaatsen van productie naar landen met minder strenge klimaatregels. De grensheffing is bedoeld om gelijke voorwaarden te creëren voor Europese producenten die binnen de EU moeten betalen voor hun CO2-uitstoot.
Vanaf 2026 gelden er strengere verplichtingen. Importeurs moeten dan vooraf toelating aanvragen als ‘CBAM-aangever’ om goederen te mogen invoeren. De douane controleert deze toelating bij de invoer van goederen. De CBAM-regeling geldt voor goederen als cement, ijzer, staal, aluminium, kunstmest en elektriciteit. Hier vind je de officiële lijst met GN-codes van producten die onder de invoerheffing vallen.
Importeurs die jaarlijks meer dan 50 ton aan CBAM-goederen invoeren vallen onder de regeling en moeten het jaar daarop aangifte doen in het CBAM-register. Na de aangifte moeten voldoende CBAM-certificaten worden gekocht en ingeleverd. De prijs per ton CO2 is gelijk aan die in het Europese emissiehandelsysteem. Als importeurs of buitenlandse producenten al hebben betaald voor CO2-uitstoot, worden deze kosten verrekend in de aangifte.
In Nederland zijn de Nederlandse Emissieautoriteit en de douane samen verantwoordelijk voor de uitvoering van de CBAM-regelgeving.
Grote subsidieregelingen: ISDE, SDE++, DEI+, MOOI, EKOO en HEP
1. ISDE voor ondernemers
Zakelijke energiegebruikers kunnen ook in 2026 aanvragen doen voor de Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE). Het gaat dan om mkb’ers, zzp’ers, overheden, religieuze instellingen, verschillende typen vennootschappen, woningbouwcorporaties, verenigingen en eigenaren van vakantiewoningen. Verhuurders van huurwoningen, VvE’s, woonverenigingen en wooncoöperaties komen niet in aanmerking.
Het subsidiebedrag wordt bepaald door twee factoren. Ten eerste het type installatie. Bij warmtepompen spelen de soort (lucht-water, grond-water of water-water), het energielabel (A++ of A+++) en het vermogen een rol. Voor zonneboilers zijn de effectieve oppervlakte van de collector en de inhoud van het boilervat bepalend. Windturbines krijgen maximaal 140 euro per vierkante meter rotoroppervlak.
Naast het type installatie is ook het jaar van de aanvraag van belang. Wie in 2026 subsidie aanvraagt en in 2027 een maatregel uitvoert, krijgt een subsidiebedrag op basis van de aanvraag in 2026.
In bepaalde gevallen wordt de subsidie-aanvraag getoetst aan regels voor staatssteun. Bij subsidies boven 100.000 euro (voor landbouw en visserij vanaf 10.000 euro) registreert Rijksdienst voor Ondernemend Nederland de aanvraag bij de zogenoemde Transparency Award Module van de Europese Commissie.
2. SDE++-subsidie
De SDE++-subsidieregeling ondersteunt bedrijven en non-profitorganisaties bij het terugdringen van hun CO2-uitstoot door ze te stimuleren om grootschalig hernieuwbare energie op te wekken. Het gaat om een exploitatiesubsidie die gedurende twaalf of vijftien jaar wordt uitgekeerd.
Er zijn vijf hoofdcategorieën: hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte, CO2-arme warmte en CO2-arme productie. Daarbij kan het gaan om het opwekken van stroom met zonnepanelen, het generen van warmte met elektrische boilers of CO2-afvanginstallaties.
De subsidie dekt de ‘onrendabele top’: het verschil tussen de kostprijs en de marktvergoeding. Bij marktprijzen voor groene energie die lager liggen dan de kostprijs, wordt het verschil vergoed. Omgekeerd is de subsidie nul als marktprijzen hoger zijn dan de kostprijs.
De regeling is jaarlijks voor ongeveer vier weken open voor inschrijving, meestal ergens tussen juni en oktober. Voor 2026 wordt een budget van circa 8 miljard euro verwacht.
3. Innovatiesubsidies voor de energietransitie
Voor komend jaar stelt het demissionair kabinet-Schoof in totaal 450 miljoen euro subsidie beschikbaar via vier regelingen voor innovaties die bijdragen aan de energietransitie. De regelingen gaan verspreid over het jaar open.
Het gaat om de MOOI-regeling voor grote samenwerkingsverbanden tussen bedrijven en kennisinstellingen die praktijkgerichte systeemoplossingen onderzoeken en ontwikkelen, de EKOO-regeling voor kleinere onderzoek- en ontwikkelprojecten, de DEI+-regeling voor pilot- en demonstratieprojecten om het energieverbruik te verlagen of te verduurzamen, en de HEP-regeling voor Nederlandse deelnemers die willen meedoen aan een Europees Clean Energy Transition Partnership-project.
Fiscale regelingen in 2026
1. Bijtelling privégebruik leaseauto
Wie een leaseauto of auto van de zaak heeft, krijgt te maken met een bijtelling voor het belastbaar inkomen als hij meer dan 500 kilometer per jaar in privé met de auto rijdt.
Voor 2026 geldt voor nieuwe elektrische auto’s een bijtelling van 18 procent van de catalogusprijs over de eerste 30.000 euro. Voor de waarde daarboven geldt een tarief van 22 procent. Hiermee komt de bijtelling over de eerste 30.000 euro 1 procentpunt hoger te liggen dan in 2025.
2. Kilometerheffing vrachtwagens
Vanaf 1 juli 2026 krijgen eigenaren van vrachtwagens in Nederland te maken met een kilometerheffing. Die is afhankelijk van het gewicht van een vrachtwagen en de CO2-uitstoot per gereden kilometer. Deze heffing is van toepassing op alle binnenlandse en buitenlandse vrachtwagens met een gewicht vanaf 3.500 kilo.
De vrachtwagenheffing geldt voor snelwegen, een aantal N-wegen en gemeentelijke wegen.
3. Energie-investeringsaftrek
Ondernemers die willen investeren in energiezuinige bedrijfsmiddelen kunnen gebruikmaken van de energie-investeringsaftrek bij de vennootschapsbelasting of de inkomensbelasting. Van de investeringskosten mag 40 procent worden ingezet om de belastbare winst te verlagen.
In 2026 geldt er wel een samentelbepaling die het totaalbedrag aan aftrekbare energie-investeringen beperkt tot 151 miljoen euro per belastingplichtige.
Bron: Change.Inc