Een zelfontwikkelde AI-assistent uit Maastricht wint een Amerikaanse AI4PI-award van de International Society for Performance Improvement en lijkt in rap tempo terrein te winnen in de Limburgse zorg. Het Limburgse Tulser kreeg de prijs voor een toepassing die niet in pilots blijft hangen, maar daadwerkelijk op de werkvloer wordt gebruikt door verpleegkundigen en verzorgenden.
Snelle opmars in de zorg
De persoonlijke AI-assistent, Inora genaamd, wordt inmiddels gebruikt bij elf zorgorganisaties in Limburg. De ontwikkeling begon drie jaar geleden en werd voor het eerst toegepast bij CAZZ Zorg, een organisatie met enkele honderden medewerkers. Daar bleek al snel dat de assistent niet alleen op papier werkte, maar ook in de praktijk standhield. Die uitrol door heel Limburg is opvallend. Veel AI-toepassingen blijven steken in experimenten of losse pilots, maar Inora werd een dagelijks onderdeel van het werk. Dat leverde Tulser de Amerikaanse AI4PI-award op, een prijs voor toepassingen die organisaties aantoonbaar beter laten presteren. Hoe groot die verbetering precies is, verschilt per organisatie en wordt nog niet overal structureel gemeten. Tulser verwacht op basis van prognoses een tijdswinst van circa 5 procent op de totale werkzaamheden. Voor een zorgorganisatie met 500 medewerkers komt dat neer op ruim 33.000 uur per jaar, vergelijkbaar met zo’n 25 fte extra capaciteit.
Geen standaard AI
Volgens Vivian Heijnen, partner bij Tulser, zit het verschil met andere toepassingen in de manier waarop de AI is opgebouwd. „Met ChatGPT kun je ook eigen agents maken, maar de onderliggende database is generiek. Dan weet je niet altijd of informatie klopt. Bovendien praat het systeem vaak mee met de gebruiker en fabuleert het regelmatig. Daar heb je als professional niets aan.” Inora werkt volgens Tulser in een afgeschermde omgeving en wordt gevoed met een gecontroleerde zorgkennisbank. De nadruk ligt op betrouwbaarheid en consistentie, essentieel in een sector waar fouten direct gevolgen kunnen hebben.
Meekijken op de werkvloer
In de praktijk schuift Inora als het ware aan bij het werk van zorgmedewerkers. Niet als losse app, maar als collega geïntegreerd in de werkprocessen. Tijdens rapportages, overdrachten of het beoordelen van een situatie geeft de assistent suggesties, achtergrondinformatie en helpt bij het redeneren en handelen.
Dat scheelt tijd en voorkomt extra overleg. Wie een arts moet bellen, is beter voorbereid en hoeft minder vaak terug te koppelen. Bij bijvoorbeeld onbegrepen gedrag bij dementie helpt de assistent om mogelijke oorzaken en de juiste aanpak sneller in beeld te krijgen. „Ik werk al twintig jaar in de zorg, maar krijg van Inora ideeën waar ik nog nooit aan gedacht heb”, zegt een verpleegkundige. “Het helpt me om gesprekken met artsen, cliënten of familie beter te voeren en me veiliger te voelen in mijn werk, ook als er geen collega in de buurt is om een vraag te stellen.”
Niet zonder risico
Tegelijk blijft voorzichtigheid nodig. In de zorg kan een goed klinkend advies nog steeds onjuist zijn en blijft de eindverantwoordelijkheid bij de professional. De vraag is niet alleen of de technologie werkt, maar ook hoe afhankelijk zorgmedewerkers ervan worden. Opvallend is dat Tulser geen technologiebedrijf is, maar een adviesbureau dat voortkomt uit het MUMC+ en al jaren actief is in de zorg. Het bedrijf maakte daarbij zelf een omslag van trainingsbureau naar adviseur die organisaties helpt om anders te werken en te leren. Klassieke trainingen blijken in de praktijk vaak onvoldoende aan te sluiten op de dagelijkse dynamiek op de werkvloer. Juist daar probeert Tulser nu met onder andere technologie op in te spelen. „Wij kennen de werkprocessen en weten waar mensen tegenaan lopen”, zegt Heijnen. De prijs onderstreept een bredere ontwikkeling: niet de technologie zelf staat centraal, maar de vraag of die ook daadwerkelijk kan worden ingebed in de werkprocessen. En juist op dat gebied verovert deze digitale collega uit Limburg in de praktijk al zijn plek.
Bron: Ondernemen in Limburg