Bacteriën, schimmels en gisten kunnen de grote problemen in de landbouw oplossen (én voor nieuwe verdienmodellen zorgen)

Datum van item

Categorie van item:

Nieuws

Aantal likes:

Aantal reacties:

0 reacties

Aantal weergaven:

5x bekeken

Bacteriën, schimmels en gisten hebben de potentie om de landbouw duurzamer en de economie circulairder te maken. Een nieuwe publiek-private samenwerking moet daar invulling aan geven. ‘Microbiomen kunnen helpen om het stikstofprobleem, de afname van biodiversiteit én de slechte waterkwaliteit op te lossen.’

h2
microbiomes

Microbiomen zijn gemeenschappen van micro-organismen, zoals schimmels, bacteriën en gisten. | Credits: Holomicrobioom Instituut

Bij schimmels, bacteriën en virussen denken we al snel aan ziektes en bedorven voedsel. Micro-organismen hebben geen al te beste reputatie, weet ook hoogleraar systeembiologie Bas Teusink. Het afgelopen woensdag geopende Holomicrobioom Instituut, waar Teusink wetenschappelijk directeur van is, moet daar verandering in brengen. ‘Micro-organismen zijn onmisbaar voor duurzame landbouw en de circulaire economie.’

Microbiomen als oplossing van het stikstofprobleem

Het Holomicrobioom Instituut is geen kennisinstituut, maar een innovatie-instituut, zegt Teusink. Want hoewel er ook nog flink wat gaten in de kennis zitten – die onderzoekers van Nederlandse universiteiten en hogescholen nu samen willen opvullen – is de vraag vooral hoe we microbiomen kunnen inzetten om de wereld en de mens gezonder te maken.

Microbiomen zijn gemeenschappen van micro-organismen, zoals schimmels, bacteriën en gisten. Die zijn onmisbaar voor bodem, water, plant, dier en mens. Neem landbouwgrond, legt Teusink uit. Gewassen gaan een soort samenwerking aan met schimmels in de bodem. De plant geeft de schimmels voeding in de vorm van suikers; de schimmels halen in ruil daarvoor stikstof en fosfaat uit de bodem en geven die aan de plant.

Dat evenwicht hebben we verstoord door die stikstof en fosfaat aan de gewassen te geven in de vorm van kunstmest. Gewassen kunnen de suikers zo gebruiken om te groeien in plaats van aan de schimmels te geven. Klinkt efficiënt. Maar, benadrukt Teusink: ‘Daarmee put je de bodem uit. Dan worden gewassen vatbaarder voor schimmels en andere ziekteverwekkers, en daar heb je dan weer pesticiden voor nodig. Zo ontstaat een negatieve cyclus.’

Die negatieve cyclus kan een positieve worden als boeren meer samenwerken met de microbiomen in hun bodem. Teusink: ‘Dat kan helpen om veel grote problemen die we nu hebben op te lossen, zoals het stikstofprobleem, de afname van biodiversiteit en de slechte waterkwaliteit.’ Niet kunstmest, maar micro-organismen maken planten dan weerbaarder en voedzamer. Jaren geleden al ontdekten Utrechtse wetenschappers dat bodemmicroben de potentie hebben om planten immuun te maken voor ziekten.

h2
Lees verder op Change Inc.