Samenwerking als motor voor toekomstbestendige bedrijventerreinen in Limburg
5 juni | | LIOF
Als het gaat over verduurzaming, denken we al snel aan woningen of mobiliteit. Maar een groot deel van de opgave ligt op plekken die minder zichtbaar zijn, en minstens zo bepalend: bedrijventerreinen. Ze spelen een sleutelrol in de toekomst van Limburg.
Op deze terreinen wordt massaal geproduceerd, vervoerd en geïnnoveerd. Tegelijkertijd stapelen de uitdagingen zich op. Het elektriciteitsnet zit vol, de vraag naar fossielvrije energie groeit, klimaatverandering zorgt voor hittestress en wateroverlast en de druk op ruimte neemt toe. Voor ondernemers en gemeenten voelt die opgave complex. Want waar begin je? En hoe borg je alle eigen belangen en prioriteiten?
Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen
PVB Limburg is een samenwerkingsverband tussen de Limburgse Werkgeversvereniging (LWV), Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg (OML) en LIOF. Elke partner draagt vanuit de eigen expertise bij: OML helpt ondernemers op bedrijventerreinen om concreet te starten met verduurzaming, LWV ondersteunt bij het organiseren van samenwerking tussen bedrijven op het terrein, en LIOF zorgt naast programma-uitvoering en procesbegeleiding voor kennisdeling met alle betrokken partijen, onder andere via het platform shiftLimburg.
Die taakverdeling is belangrijk, omdat verduurzaming van bedrijventerreinen vraagt om méér dan losse maatregelen: ondernemers hebben praktische begeleiding, onderlinge samenwerking én toegang tot kennis en regelingen nodig om gezamenlijk stappen te zetten richting toekomstbestendige, weerbare bedrijventerreinen.
Bekijk de website
De basis: een goede organisatie
Lidy Rutten, aanjager namens LWV, ziet het op veel bedrijventerreinen: ondernemers die wel willen, maar ieder vanuit hun eigen situatie handelen. Hun aandacht gaat naar zaken als personeel, kosten, continuïteit en groei. Verduurzaming komt daar bovenop, maar veel vraagstukken overstijgen het individuele bedrijf.
“Een bedrijventerrein bestaat uit verschillende ondernemers en eigenaren, met uiteenlopende belangen en uitdagingen,” zegt Lidy. “Maar thema’s als energie, netcongestie en klimaatadaptatie raken het hele terrein. Die kun je als ondernemer niet alleen oplossen. Daar heb je elkaar voor nodig.”
Precies daar ligt de eerste uitdaging. Zonder duidelijke organisatie ontbreekt samenhang, eigenaarschap en een aanspreekpunt richting gemeenten. Daardoor blijven goede ideeën hangen in losse initiatieven.
Volgens Lidy vormt een goede organisatiegraad daarom de basis om verduurzaming echt van de grond te krijgen. “Pas wanneer ondernemers zich organiseren, bijvoorbeeld via een ondernemersvereniging, parkmanagement of werkgroep, ontstaat er ruimte om samen ambities te formuleren, keuzes te maken en collectieve projecten op te pakken.”
Die organisatie is belangrijk in de praktijk. Maar het zorgt ook voor vertrouwen en draagvlak. “Verduurzaming moet geen traject van bovenaf zijn,” benadrukt Lidy. “Het moet een gezamenlijke beweging worden van ondernemers, gemeenten en andere betrokkenen.”
Het gesprek als startpunt
Het versterken van die organisatiegraad vraagt tijd, aandacht en persoonlijk contact. In de praktijk betekent dat: het terrein opgaan, ondernemers spreken en goed luisteren naar wat er speelt. Niet beginnen met een beleidsdoel of een kant-en-klaar plan, maar met de vraag wat ondernemers zelf ervaren.
“Je moet ondernemers serieus nemen,” zegt Lidy. “Luisteren naar hun vragen en zorgen. Aansluiten bij wat voor hén urgent is, niet bij wat op papier logisch lijkt. Dat kan gaan over stijgende energiekosten, uitbreidingsplannen, bereikbaarheid, veiligheid of wateroverlast. Vanuit zulke herkenbare thema’s ontstaat ruimte om breder te kijken. Juist kleine, concrete onderwerpen kunnen het begin zijn van grotere verduurzamingsstappen.”
Een onafhankelijke aanjager speelt daarin een belangrijke rol: iemand die het proces bewaakt, belangen bij elkaar brengt en zorgt dat gesprekken niet los van elkaar blijven staan. “Die rol is essentieel om van losse gesprekken één gezamenlijke stem te maken. Door klein te beginnen en samen eerste resultaten te boeken, groeit het vertrouwen. En daarmee ook de bereidheid om verder te kijken dan het eigen bedrijf,” aldus Lidy.
Van bewustwording naar actie
Vanuit een specifiek vraagstuk ontstaat ruimte voor de volgende stap: concrete projecten op bedrijventerreinen. Daar komt de rol van OML nadrukkelijk in beeld. Vanessa Silvertand ziet vooral op het gebied van energie een groeiende urgentie.
“De grote meerderheid van de bedrijven realiseert zich nog niet dat ze een probleem kunnen krijgen met de beschikbaarheid van energie,” zegt Vanessa. “Bedrijven elektrificeren hun wagenpark, willen uitbreiden of stappen af van aardgas. Maar als je meer energie nodig hebt dan beschikbaar is, moet je anders gaan denken.”
Die bewustwording is volgens haar een belangrijke eerste stap. “Veel ondernemers weten dat netcongestie een probleem is, maar leggen de link nog niet altijd met hun eigen toekomstplannen. Terwijl de gevolgen direct kunnen raken aan hun groei, productie, verduurzamingsambities en investeringen.”
Samenwerking kan dan onderdeel zijn van de oplossing. Een voorbeeld is de ontwikkeling van energy hubs, waarbij bedrijven op een bedrijventerrein energie beter op elkaar afstemmen. “Als bedrijven op hetzelfde netveld zitten, maar op andere momenten stroom nodig hebben, kan samenwerking en uitwisseling een optie zijn,” legt Vanessa uit. “Voor sommige terreinen kan dat helpen om binnen de bestaande capaciteit toch stappen te zetten.”
De voordelen van vergroening
Naast energie wordt ook klimaatadaptatie steeds urgenter op bedrijventerreinen. “De meeste terreinen zijn sterk versteend,” zegt Vanessa. “Dat maakt ze kwetsbaar voor hittestress en wateroverlast, maar zorgt ook voor een minder aantrekkelijke werkomgeving. In de zomer kan bij hevige buien het water moeilijk weg. Vergroening helpt om regenwater beter op te vangen en de temperatuur te verlagen. Bovendien maakt het een terrein prettiger om te werken en te verblijven.”
Daarmee krijgt verduurzaming een bredere betekenis. Het gaat niet alleen om energie, maar ook om leefbaarheid, gezondheid en de kwaliteit van de werkomgeving. Je lost niet alleen een probleem op, je voegt ook kwaliteit toe. Daarnaast draagt vergroening bij aan biodiversiteit, betere luchtkwaliteit en waardevaster vastgoed. Daarmee krijgt verduurzaming ook een economische component.
Uitvoering blijkt complex
Toch is de stap naar uitvoering niet vanzelfsprekend. Veel plannen blijven hangen in verkenning, omdat de stap naar realisatie complex is. “Het komt uiteindelijk neer op geld en ruimte,” zegt Vanessa. “Wie betaalt de aanleg? Wie onderhoudt het? En wat lever je ervoor in? Dat zijn vragen die we eerst samen moeten beantwoorden.”
Ook bij energieprojecten geldt dat de praktijk ingewikkeld is. “Voor een energy hub heb je een sluitende businesscase nodig. Het moet technisch kunnen, maar ook organisatorisch kloppen. Anders loopt het vast.”
Korendal als voorbeeld uit de praktijk
Hoe die aanpak werkt, is goed te zien in gemeente Mook en Middelaar. Als kleine gemeente met beperkte capaciteit staat men voor een herkenbare uitdaging: er is ambitie om bedrijventerrein Korendal te verduurzamen, maar nog geen duidelijke organisatie om dat gezamenlijk met ondernemers op te pakken.
De eerste stap lag daarom in het organiseren van samenwerking. Via PVB Limburg werd contact met ondernemers gelegd. Gesprekken brachten in beeld wat er speelt op het terrein. Kansen, wensen en knelpunten kwamen boven tafel. Ondernemers kregen meer zicht op elkaars situatie en belangen. Daarmee ontstond niet alleen inzicht, maar ook draagvlak.
Vanuit die basis kan worden gekeken naar vervolgstappen op het gebied van klimaat en energie. De casus laat zien dat verduurzaming niet begint met een oplossing, maar met vertrouwen, overzicht en eigenaarschap. Pas als die basis er is, ontstaat ruimte om collectieve oplossingen te verkennen, zoals energiedeling via een energy hub.
Korendal maakt daarmee concreet wat de kracht van PVB Limburg is: partners dragen ieder vanuit hun eigen rol bij en zorgen samen voor beweging op een bedrijventerrein.
Kennis als versneller
Naast het organiseren en realiseren richt PVB Limburg zich op het opbouwen van een kennis- en expertisecentrum. Volgens Renée Boesten van LIOF is dat essentieel om de volgende fase te versnellen.
“Veel ondernemers zijn zich nog onvoldoende bewust van de energie- en klimaatproblematiek én van wat zij daar zelf concreet aan kunnen doen,” zegt Renée. “Netcongestie, wateroverlast, hittestress en energietransitie klinken vaak complex. Daardoor blijven ze abstract.”
Het kennis- en expertisecentrum moet die complexiteit begrijpelijk en toepasbaar maken. Niet door nog meer informatie toe te voegen aan alles wat al online beschikbaar is, maar door overzicht te creëren. “Wij willen geen volgend informatieplatform zijn,” benadrukt Renée. “Onze rol is om initiatieven te bundelen, praktijkervaringen te delen en ondernemers snel door te verwijzen naar de juiste partij.”
Leren van wat werkt
Een belangrijk onderdeel van het kennis- en expertisecentrum is het breder benutten van ervaringen uit individuele trajecten. Wat op het ene bedrijventerrein wordt geleerd, kan waardevol zijn voor andere gemeenten, ondernemers en parkmanagers. Daarom organiseert PVB Limburg bijeenkomsten rondom onderwerpen die er in de praktijk toe doen, zoals vergroening, energy hubs en netcongestie.
“Tijdens die bijeenkomsten brengen we partijen samen die elkaar normaal gesproken niet altijd vanzelf spreken,” vertelt Renée. “Dan zie je vaak dat ze hetzelfde willen, maar op elkaar wachten. Door het gesprek te faciliteren, ontstaat beweging.”
Ook wordt actief afgestemd met het landelijke niveau, waaronder PVB Nederland en andere regionale ontwikkelingsmaatschappijen. Zo kunnen Limburgse inzichten worden gespiegeld aan landelijke ontwikkelingen en succesvolle aanpakken breder worden gedeeld. “Goede voorbeelden inspireren en laten zien dat verduurzaming haalbaar is. Grote veranderingen bestaan vaak uit kleine, overzichtelijke stappen.”
Samen verder bouwen
Verduurzaming van bedrijventerreinen is een opgave van ons allemaal. Het vraagt om maximale samenwerking. Om partijen die elkaar weten te vinden en samen stappen zetten. Ondernemers, gemeenten, parkmanagement en partners die ieder hun eigen verantwoordelijkheid pakken. De kracht zit niet in één oplossing, maar in de integrale aanpak. Zo bouwen we samen aan toekomstbestendige bedrijventerreinen in Limburg.
Het fundament ligt er inmiddels. Op tientallen bedrijventerreinen zijn flinke stappen gezet. Gemeenten zijn aangesloten, ondernemers worden betrokken en steeds vaker ontstaan concrete verduurzamingsprojecten. De komende jaren verschuift de focus verder: van organiseren naar realiseren. En van realiseren naar opschalen.
PVB Limburg ligt op koers. De samenwerking is stevig verankerd en de beweging is in gang gezet. Nu komt het erop aan die beweging vast te houden, te versnellen en om te zetten in blijvende impact voor ondernemers, gemeenten en de Limburgse economie.
Samen aan de slag met verduurzamen?
Ontdek meer over PVB Limburg via de link hieronder of mail direct naar pvblimburg@liof.nl.
Ga naar PVB LimburgContact
Renée Boesten
LIOF
pvblimburg@liof.nl
06 27 96 60 98