Nederland heeft dit jaar nieuwe stappen gezet bij het beprijzen van de emissievoetafdruk van fossiele brandstoffen zoals benzine en diesel. Tegelijkertijd wordt de groei van hernieuwbare energie gestimuleerd. Concreet betekent dit dat bedrijven en particulieren met eigen laadpalen geld kunnen verdienen aan de hernieuwbare stroom die ze leveren voor elektrische voertuigen.
Nederland zet nieuwe stappen bij het beprijzen van fossiele brandstoffen in de vervoerssector. Dat betekent onder meer dat bedrijven en particulieren met laadpalen geld kunnen verdienen met een nieuw soort certificaten, op basis van de stroom die hun laadpalen leveren aan elektrische voertuigen.
Wie een vergoeding wil voor de stroom van z’n laadpalen moet daarvoor in de meeste gevallen gebruik maken van tussenpersonen die als geaccrediteerde partij optreden. Verschillende spelers zijn al actief op dit vlak, waaronder Ere-registratie, FincoEnergies (Goodpower), Lekkerladen en Den Hartog. Sinds kort is daar Voltico bijgekomen. Deze startup is een initiatief van ondernemers Maarten en Eward Poot, voorheen actief bij respectievelijk deelscooterbedrijf Felyx en fintechbedrijven Adyen en Cino.
‘Er is een marktmechanisme gecreëerd dat het leveren van duurzame energie beloont, terwijl leveranciers van motorbrandstoffen met een hoge CO2-voetafdruk daarvoor betalen. Dat stimuleert de adoptie van biobrandstoffen en groene stroom voor vervoer’, zegt Maarten Poot.
CO2-heffing bij brandstofleveranciers
Het Nederlandse systeem voor emissiereductie in de vervoerssector is een voorloper van Europese plannen om het verbruik van motorbrandstoffen zoals benzine en diesel onderdeel te maken van CO2-heffingen. De invoering van het zogenoemde ETS 2-systeem in de Europese Unie is onlangs met een jaar uitgesteld tot 2028.
Intussen werkt de Nederlandse overheid al een aantal jaar met een systeem voor het stimuleren van emissiereductie, dat sinds 1 januari de vorm heeft van een Brandstoftransitieverplichting. Daarmee wordt via prijsprikkels gestuurd op CO2-reductie bij het gebruik van brandstoffen in de vervoerssector.
Sinds begin dit jaar zijn zogenoemde emissiereductie-eenheden (ERE) geïntroduceerd, ter vervanging van de hernieuwbare brandstofeenheden (HBE) die in voorgaande jaren werden gebruikt. Brandstofleveranciers moeten ter compensatie van de fossiele brandstoffen die ze verkopen verplicht een aantal ERE-certificaten per jaar inleveren bij de Nederlandse Emissieautoriteit. 1 ERE staat voor 1 kilogram aan CO2-equivalent emissiereductie ten opzichte van een fossiel referentiepunt.
Brandstofleveranciers kunnen op twee manieren ERE-certificaten verwerven. De eerste optie is om zelf duurzame energie op te nemen in hun verkoopmix, bijvoorbeeld door meer biobrandstoffen te leveren. Het alternatief is de inkoop van ERE-certificaten bij derden.
Bij dat laatste is er een koppeling gemaakt met eigenaren van laadpalen. Die kunnen ERE-eenheden verkrijgen op basis van de hoeveelheid hernieuwbare stroom die een laadpaal levert aan elektrische voertuigen en die certificaten vervolgens doorverkopen aan brandstofleveranciers die ze nodig hebben voor hun jaarlijkse verplichting bij de Nederlandse Emissieautoriteit.